Toen werd aangekondigd dat Paul Verhoeven weer een film zou gaan maken in Nederland, sidderde het van enthousiasme om mij heen. Ik hoorde er voor het eerst over in 2003 en het idee dat de nestor van de Nederlandse film terug uit Hollywood zou keren om hier weer eens te laten zien hoe het moest, was heel aantrekkelijk.
Ik had Paul voor het eerst ontmoet in 1992, toen hij een prijs kreeg op het filmfestival in Utrecht en ik hem aan zijn jasje had getrokken. We spraken de volgende dag af in een café waar ik hem als kersverse filmacademiestudent (samen met drie medestudenten) de hemd van het lijf mocht vragen. Door de jaren heen ontmoetten we elkaar af en toe, maar ik leerde hem wat beter kennen tijdens de periode dat hij Zwartboek maakte. Ten eerste gaf hij de hoofdrol aan Carice van Houten (die ik goed kende, vanwege Suzy Q en AmnesiA) en ten tweede nam hij Job ter Burg als editor (die ik nog een beetje geholpen had de klus te krijgen).
Eigenlijk heb ik Paul vooral de laatste jaren persoonlijk beter leren kennen, maar het was in die periode dat ik (door de verhalen van Carice en Job) meer inzage kreeg in zijn manier van werken. Ik kende mensen die in de jaren zeventig en tachtig met hem gewerkt hadden en het was duidelijk dat hij een stuk milder geworden was, terwijl zijn enorme drive nog steeds genoemd werd als motor van zijn succes.
Paul bewees dat het in Nederland mogelijk was om een film te maken die technisch kon wedijveren met Hollywood. De productie was waarschijnlijk de meest ambitieuze Nederlandse film sinds hij met producent Rob Houwer Soldaat van Oranje had gemaakt in de jaren zeventig. Dit keer legde San Fu Maltha zijn ballen op het hakblok met deze miljoenproductie en hij heeft heel wat hoofdpijn gehad alvorens de film de bioscopen haalde. Toen hij riep dat Zwartboek meer dan een miljoen bezoekers zou halen, dacht ik dat ‘ie gek was geworden. Ik had zojuist de meest succesvolle Nederlandse film van het jaar gemaakt (Het Schnitzelparadijs) en die zat op zo’n 375.000 betalende bioscoopgangers. Het was al jaren niet meer gelukt om een miljoen bezoekers naar een Nederlandse film te krijgen en ik dacht dat het publiek er niet meer was. Verhoeven logenstrafte dat idee.
Niet alleen Nederland viel als een blok voor de film. Voor het eerst in heel lang draaide er weer een Nederlandse film in de hoofdcompetitie van Venetië (wat tien jaar zou duren voor Brimstone dat ook weer lukte) en Zwartboek werd aan veel landen verkocht, waar hij succesvol in de bioscopen draaide.
Omdat het twintig jaar geleden was dat de film uitkwam, leek het me een goed idee om de film in Wageningen te hervertonen in het kader van mijn filmavonden over vrijheid. Blijkbaar was ik niet de enige die op dat idee kwam, want Pathé gaat de film ook opnieuw draaien. Een mooi moment om de spannende film op meer plaatsen te programmeren, lijkt me. Zwartboek is een Nederlandse film om trots op te zijn.
Licenties: hier
Groet!
Martin Koolhoven xxx!